De droom


Een koude oktober bries danst met de bomen en slaat de regen tegen de ruiten. Ik volg de druppels terwijl ze hun weg naar beneden vinden. Het ruisen van de bladeren heeft een kalmerende werking op mij en ik herschik mijn nestje van kussens, dierenhuiden en warme plaids. Ik ben omringt door kaarslicht en sfeerverlichting. Aan de wanden hangen grote doeken met een dierenriem en ons sterrenstelsel afgebeeld daarnaast is nog net plaats genoeg voor een enorme dromenvanger.

Ik blijf geloven dat een dromenvanger mijn slechte dromen vangt en de goede dromen doorlaat. Het schemerlicht valt door een groot driehoekig raam naar binnen en beslaat de gehele gevel van vloer tot de nok van de vliering.

Zoals altijd toont mijn uitzicht de schoonheid van de natuur. Vogels vliegen nog hun laatste ronde, een egel ontwaakt en maakt zich klaar voor zijn nachtleven, zijn zoektocht aan te vangen naar voedsel en zodoende ons te bevrijden van een overdaad aan ongedierte. Ieder zijn taak in dit leven.

Terwijl een geurkaars een frisse geur van linnen verspreid in mijn Boheemse zolder steek in mijn voeten in warme sloffen en  warm ik mijn handen aan een mok met dampende thee. Beneden klinkt er gestommel en het geluid van brekend glas. Loes komt miauwend naar boven rennen, haar staart tussen haar benen. Ik zucht “ O Loes, wat heb je nu weer omgelopen ? “

Loes nestelt zich al spinnend naast mij.

“Ik ruim het straks wel op ik ben toch alleen, het ligt niemand in de weg.” denk ik.

Ik geniet van het feit dat ik alleen thuis ben en sluit mijn ogen om mij weer over te geven aan het geluid van de tikkende regen en het ruisen van de wind. Opnieuw klinkt er gestommel daarop volgt het geluid van voetstappen op de trap.

Onmiddellijk veer ik op, mijn ogen zijn wijd opengesperd. De boosheid in de stappen herken ik direct al heb ik ze jaren niet meer gehoord. 

De ruimte lijkt kleiner te worden en mijn hart begint hevig te bonken. Het zweet breekt mij uit en mijn handen beginnen te beven.

“Ik moet hier weg”  is het enige wat ik mij kan bedenken.


De kou vindt zijn weg naar binnen en  helderheid maakt plaats voor dikke mist. Een doof gevoel trekt in mijn benen en hebben een verlammende werking zodra ik de voetstappen dreigend dichterbij hoor komen.

Loes vlucht weg achter een stapel kussens. Ik ben niet in staat tot bewegen. 

De voetstappen zijn boven aangekomen en een persoon stormt naar binnen.

Zijn ijskoude blauwe ogen ontmoeten de mijne en persen al het lucht uit mijn longen. Het is te laat.

Hij roept iets maar de woorden dringen niet tot mij door. 

De geur van alcohol beneveld mij. Daarna zie ik alleen nog maar zwarte duisternis.


Langzaam word ik wakker. Mijn hartslag dreunt door in mijn hoofd en mijn ademhaling is oppervlakkig en versnelt. Mijn T-shirt plakt aan mijn klamme lichaam en ik blijf stil liggen met gesloten ogen. Mijn gedachten razen als een trein door mijn hoofd. 

“Waar ben ik ? Hoe lang lig ik hier al ? Ben ik alleen ? Zolang ik doe alsof ik slaap ben ik veilig maar hoe weet ik of ik veilig ben?"

Oké Luna, adem diep in en focus ! Ik haal diep adem en concentreer me op mijn mantra. 

"Let op je ademhaling en concentreer op de geluiden uit de omgeving. Maak de ruimte steeds een beetje groter zodat je uit je hoofd kunt komen.”


De vertrouwde geur van pas gewassen linnen dringt geleidelijk binnen in mijn neus. In de verte hoor ik het tikken van een klok en vogels fluiten hun wijsje. Allemaal dagelijkse geluiden, geluiden die ik herken, geluiden die mij laten weten dat ik veilig ben. Stilaan kom ik tot rust en dringt het tot mij door dat ik in mijn bed lig. 

"Ik ben veilig , ik ben oké, er is niets gebeurt.” Zeg ik zachtjes tegen mezelf.

Ik open mijn ogen en blijf nog even liggen om mijzelf de tijd te geven om volledig tot rust te komen.

Net als alle andere keren voelt de droom levensecht. Ze onthult steeds een beetje meer alsof het een puzzel is dat opgelost dient te worden. Alsof ze mij iets wilt zeggen.

Dat gezicht. Ik ken de ogen maar aan wie behoren ze toe ? Of heeft de droom zich zo vaak getoond dat ik ermee vertrouwd ben geraakt ? Die plek is mij niet bekend maar waarom voel ik me daar dan zo fijn?

Ik besluit op te staan en voor een wandeling te gaan.


Het is een warme zonnige herfstdag. De zoetgeurende bloemen hebben plaats gemaakt voor een laatste uitspatting van de meest bontgekleurde kleurschakeringen, gedragen op een aroma van verdorvenheid. Zoals altijd heeft het bos een rustgevende werking op mij. 

Ik loop langs de hutten die ik van de zomer met de andere pleegkinderen had gebouwd, ze verliezen langzaam hun beschutting. Ik stop terwijl ik denk aan alle warmte en vreugde die we in dit bos ervaren en ik besef dat mijn dagen steeds donkerder worden.

Het is tijd om mezelf een halt toe te roepen en naar het binnenste van mijn ziel te keren. Ik moet mijzelf ontmoeten. Wanneer ik alle bladeren laat vallen zullen de zwarte kanten boven komen. Het is tijd om stil te staan en werkelijk te kijken, te ervaren en doorvoelen om vervolgens te kunnen loslaten. Laat de sneeuw en de regen alles wegspoelen zodat ik kan  meestromen naar de bron waar het water het zuiverst is. 

Ik loop verder en denk  aan de manier waarop mama in het leven stond. Zij gaf mij  lessen vanuit alle giften van de natuur. “De aanwezigheid van de nacht is de afwezigheid van de zon. De zon is er altijd, de zon geeft altijd warmte, het zijn wij die ons een beetje moeten keren zodat de zon ons kan bestralen”. Mama geloofde dat we onze eigen zaden kunnen zaaien. 

Steeds vaker hoor ik haar stem in mijn hoofd ; “zaai je wensen in een vruchtbare bodem Luna, geef ze energie en zorg dat ze werkelijkheid worden” 

©booksandblogs