Taboe en de toekomst


Taboe en de toekomst


Wankel en eenzaam doolt hij rond in zijn doolhof van patronen.

Onmacht en onderdrukking veroorzaken een diepe pijn in het binnenste van zijn monsterlijke hart.

Ongepast, uit den boze en verboden.

Spijt, narigheid, haat en blaam,

Vormen de littekens op zijn lichaam.

 

Gebukt en onder invloed, in steeds hetzelfde ritme, zoekt hij naar een vorm van affectie.

Maar hij kent de weg niet.

Door de barsten in de muren valt soms een strook licht naar binnen.

Het licht heeft een grote aantrekkingskracht op het wezen.

Zo puur, zo helder, zo fijn.

 

Met veel angst, verdriet en het angstzweet in zijn handen, breekt hij de barst verder open.

Zoekend naar een weg naar buiten.

Bang voor wat hij zal aantreffen en snakkend naar frisse lucht, lukt het hem uit te breken.

 

Met harde hand wordt hij vast gegrepen. Een zware, hete adem daalt neer in zijn nek.

Een stem vindt de weg naar zijn oor :

“jij hoort hier niet”

De dreiging van de woorden dringen door tot het binnenste van zijn bestaan.

Hij wordt geschopt, geslagen en weggeduwd. Omstanders kijken weg.

Want wat je niet ziet, dat is er niet.

 

Het is stil.

Het wezen opent zijn ogen. Hij is weer terug in zijn doolhof van patronen.

Verslagen en verstoten ligt hij eenzaam op de grond. Zijn lichaam bedekt met nieuwe littekens.

De stilte is verpletterend.

Hij is niet altijd alleen geweest maar met de jaren werden zijn medestanders tegenstanders.

Van openstellen en jezelf uiten leerde hij dat hij zich beter kan afsluiten.

 

Wat was het fijn met alle wezens bij elkaar.

Geborgenheid, warmte, begrip en geluk.

Maar dat alles verdween. Toen ze één voor één in de pot werden gestopt.

Ronddolend in de verstikkende, angstige en duistere holte dat een ieder langzaam uitdooft.

Hij zal blijven vechten tegen het duister, tegen zijn dwaze doolhof.

Hoe vaak ze hem er ook instoppen, hij vindt er altijd weer een weg uit.

Met zijn laatste kracht staat hij op.

Op zoek naar een nieuwe barst.

 

Ik loop rond,  in het rustgevende en warme licht zoek ik, nieuwsgierig als altijd, de grenzen van de duistere muur der onderdrukking.

Is het waar wat ze over de wezens vertellen ?

In de verte zie ik een barst dat afwijkt en wanneer ik dichterbij kom, geeft het mij een inzicht in het leven achter de muur.

  

En dan zie ik jou,

Een borrelend wezen dat door onderdrukking alles kan laten uitsterven. Langzaam laat ik de muur verder afbrokkelen.

Daar staan we, omringt door een dikke mist.

Moedig maar bevreesd kijk ik in de ogen van Taboe.

In de zwakke flikkering zie ik een klein en broos bestaan.

 

Je vraagt mij :

Hoe de schaamte achter te laten, hoe de weg terug te vinden naar een beter bestaan.

Ik vertel jou :

Zodra het duister zal vervagen, zal je hart steeds luider durven spreken. Het zal je vertellen dat het gewaardeerd en erkent wilt worden, zodat je met een beetje liefde iets moois kan laten ontstaan.

Waar de generaties van de toekomst op voort kunnen blijven bestaan.

©booksandblogs